Facebook Twitter Linkedin

Achter op de fiets bij Sierd de Vos

Nieuwsgierig als we zijn, reizen we voor de rubriek “Achter op de fiets bij…..” stad en land af. Aan bekende Nederlander vragen wij hoe de schijf van zes van invloed is op hun planning.

Voor deze editie ging ik op bezoek bij voetbalpresentator Sierd de Vos (1959). Als vaste presentator van Ziggo Sport becommentarieert hij de wedstrijden van het Spaanse voetbal. Iedere maandag heeft hij verder zijn eigen programma Bodega El Sierd en daarnaast heeft hij ook nog een boek geschreven. Is er in dat drukke bestaan nog wel sprake van planning of wordt hij geleefd?

Toen ik Sierd aan de telefoon had om de afspraak te maken, was het een druilerige wintermiddag. Als echte Hollanders klaagden we over het weer. “Mark, ik heb een briljant idee!” zei hij. “Lijkt het je niet leuk om mij te interviewen in mijn natuurlijke Spaanse habitat?” In gedachte hoorde ik de drukte op de Ramblas, proefde ik de smaak van verse paella met een goed glas rioja. En als ik mijn ogen sloot, zat ik schreeuwend aan het veld bij FC Barcelona. Toen ik mijn ogen weer open deed, was ik op weg naar Sierd. Op weg naar Restaurant Vida in Naarden. Niet bepaald de Spaanse habitat die ik voor ogen had. Maar ja, Spanje was ook wel erg ver fietsen. Sierd wachtte me op na een opname van zijn Bodega El Sierd.

Sierd de Vos Planning

Het Spaanse voetbal kent voor jou weinig geheimen. Kun je een beetje een forecast maken voor de Toto van komend weekend?
“Hahahaha, nee dat kan ik niet. Wij sportjournalisten hebben daar een strikte code voor. En daar houden we ons aan. Maar je hebt gelijk, het Spaanse voetbal kent voor mij weinig geheimen. Maar dat gaat niet vanzelf. Toen ik bij Canal+ werkte, was het wel zo. Dan ging ik 45 weekenden per jaar naar Spanje. Op vrijdagochtend heen en in de loop van maandag weer terug. Dat was goed voor de Airmiles. Maar ondertussen had je wel alles gemist wat er in Nederland was gebeurd. Tegenwoordig gaan zenders zuiniger om met hun budget. Een wedstrijd vanaf locatie verslaan kost al snel een kleine € 5.000. Dat kan simpelweg niet meer. Nu geef ik commentaar vanuit een kleine studio in Hilversum en ben afhankelijk van het internet. Dus ik lees elke dag zo’n zes Spaanse kranten. Deze werkwijze heeft ook wel voordelen. Vroeger zat ik twee uur na de wedstrijd in een Spaans restaurant. Nu zit ik twee uur na de wedstrijd thuis.”

Je hebt een druk leven met je programma, je wedstrijden en je boek. Hoe ziet je rooster eruit?
“Normaal versla ik twee wedstrijden per weekend. En dan op maandag natuurlijk mijn eigen programma. Op dinsdag- en woensdagavond komt daar nog de Champions League bij. Soms zelfs op dinsdag én woensdag. En de Europa League doe ik dan op de donderdag. Gelukkig zijn de wedstrijddata al ver van tevoren bekend. Dat ik nog leef is een wonder!

Voor mijn boek beloofde de uitgever mij een schrijver (Dennis Mulkens). We hebben toen 25 interviewsessies over een jaar uitgesmeerd. Qua workload was het best te doseren. Het werd pas echt druk nadat het boek uit was. Toen begon het publiciteitstraject. Acte de presence geven bij radio, TV en diverse bladen, je kent het wel. Dat moest allemaal plaatsvinden in een tijdsbestek van twee á drie weken.

Vroeger had ik een producent die de agenda voor me beheerde. Maar nu plan ik het allemaal zelf in. Tot dusver ben ik nog nergens te laat gekomen. Dus ik denk dat ik het aardig gedaan heb, al is het soms best een uitdaging. Maar, Mark, jij zit in de wereld, toch? Kun jij niet eens een vacature plaatsen in Wiekz? En trouwens, ik ben nog vrijgezel. Want, mijn werk speelt zich af op uren dat anderen vrij zijn. Dat is al 35 jaar lang zo. Ik werk op vrijdagavond, zaterdag en zondag. En de zondag telt voor mij dubbel. Ik ben zo’n 4 uur bezig met de voorbereiding van een wedstrijd. En na de wedstrijd ga ik aan de slag voor Bodega El Sierd. Dat maakt wel dat ik op een zondag 15 uur werk. Dat is een zware zondag.”

Gaat het bij jou altijd als gepland of moet je ook weleens bijsturen?
“Nee, bij mij gaat het ook niet altijd zoals gepland. Dan is het zaak dat je je over een teleurstelling heen zet. En moet je bijsturen om toch je plannen te laten slagen. Ik heb het hoogste ambt mogen bekleden dat er bestaat voor een sportverslaggever. Bij Studio Sport luisterden of keken er 4,5 miljoen mensen naar de Olympische Spelen. Nu doe ik soms Deportivo la Caruna – Celta de Vigo voor 4.500 kijkers. Dat is andere koek. Maar je moet je nooit laten afleiden door kritiek van anderen. Zolang je maar doet waar je in gelooft. En je dat uit kunt leggen aan anderen. Ik denk dat dit voor je planningsprofessionals ook op gaat. Soms moeten er veranderingen worden doorgevoerd om te kunnen verbeteren. Ik herken dat. Mijn manier van presenteren is anders dan wat men gewend was. In het begin had ik 20% medestanders en 80% tegenstanders. Maar ik kon uitleggen waarom ik dat op die manier deed. Mensen krijgen er dan begrip voor. En zo komt er een kantelmoment. Dan heb je 80% medestanders en nog maar 20% tegenstanders.”

Wilde je altijd al sportwedstrijden rapporteren of ben je spontaan sportverslaggever geworden?
"Daar ben ik wel altijd bewust mee bezig geweest. Het was een typisch geval van een hobby die uitgroeide tot een carrière. Toen ik 14 jaar was, ontstond bij mij het idee om bij de radio te gaan. Mijn eerste ervaringen heb ik opgedaan bij de lokale omroep. Op m’n 16e heb ik contact gezocht met Hilversum. Ik woonde in Apeldoorn en Go Ahead Eagles en PEC speelden destijds ook beide in de eredivisie. Op mijn brommer reed ik naar de wedstrijden tegen Ajax of PSV om spelers en trainers te interviewen. Ik moest dan achter aansluiten bij de grote zenders en dagbladen. Dus als men bij mij was aangekomen, hadden ze vaak al zes of zeven interviews gehad. Dat was een voordeel. Want Radio Lawaai Papagaai uit Apeldoorn namen ze niet zo serieus. Ze waren dan wat losser in hun commentaar. Op die manier kreeg ik mooie verhalen. Vervolgens belde ik met Langs De Lijn. Die waren altijd enthousiast over trainer zus en zo die dit en dat gezegd had. Ik moest dan op de brommer door naar het Centraal Station in Arnhem. Daar kreeg ik dan 150 gulden voor.”

Je bent inmiddels meer dan 35 jaar de sport aan het analyseren. Heb je een mooie anekdote over planning in het voetbal?
“Ik kan een verhaal vertellen dat echt is gebeurd. Dat is best een knap staaltje planning, al zeg ik het zelf. Van jongs af aan ben ik altijd aanhanger van Rinus Israël. De beste verdediger ooit, speelde in de jaren 70 bij Feyenoord. Na z’n actieve carrière is hij verder gegaan als coach. We hebben altijd goed contact gehad. Bij alle buitenlandse werkgevers heb ik hem geïnterviewd. Zo ook in 1988 toen hij coach van PAOK Saloniki was. Hij zei dat ik dan wel moest opschieten. Hij had drie wedstrijden achter elkaar verloren. De kranten zinspeelden er al op dat hij zou worden ontslagen. Ik ben daar toen direct heen gegaan. De volgende dag kreeg hij inderdaad z’n ontslag te horen. Hij kreeg 150.000 gulden mee in Drachme. Dat is niks waard, dus het was een kleine 50 kilo aan drachmen. En dat was verdeeld over twee koffertjes. Omdat in elke krant vermeld stond wat hij meekreeg was hij bang dat hij zou worden overvallen. Toen vroeg hij of ik één koffertje mee wilde nemen naar Nederland. Zijn schoonzoon zou de andere meenemen. Ik vond dat geen probleem en wilde IJzeren Rinus graag helpen.

De volgende dag had ik mijn reportage gedraaid en zat ik tevreden in het vliegtuig. Met het koffertje en 25 kilo aan Drachme. Toen bleek dat we vanwege een technisch mankement niet zouden gaan vertrekken. Mijn hele planning liep in de war. Want we zouden om 14.00 uur op Schiphol landen en ik moest nog monteren. ’s Avonds om 20.00 uur zou het worden uitgezonden in Studio Sport. Ik moest wat doen. Want met op Thessaloniki wachten, daar kwam ik zeker niet verder. Ik keek op het bord met alle vertrekkende vluchten. De eerste vlucht ging naar Marrakesh. Dat bood geen soelaas. De vlucht erna ging naar Rome en kwam al in de richting. Vlucht OA6825 had als bestemming Stuttgart. Dat was hem! Het jaar ervoor had ik namelijk drie weken het EK atletiek verslagen vanuit Stuttgart. Ik monteerde toen bij de SDR, de Süd Deutsche Rundfunk. Dus ik belde met mijn producer in Hilversum. “Boek jij voor mij de montageruimte en een satelliet bij SDR. Dan stap ik zo het vliegtuig in.” Alles leek vanaf dat moment mee te zitten. Het vliegtuig vertrok op tijd en een taxi bracht me snel naar de SDR. Ik melde me bij Frau Schneider in de Schneider Raum Zwei en monteerde de reportage. Via de satellietverbinding zond ik die over naar Hilversum. Snel terug naar het vliegveld om vlucht KL1876 naar Amsterdam te halen. Ook gelukt! Aan boord komt er een charmante dame in het blauw naar me toe. “Meneer De Vos wat wilt u drinken?” En ik roep: “Champagne!” Alle tegenslagen overwonnen en de planning behaalt.

Misschien had ik beter twee jus d’oranges kunnen bestellen. Want na twee piccolo’s zit ik te bedenken wat ik tegen de douane zal zeggen. Krijg nou wat! Die koffer van 25 kilo met daarin 75.000 gulden staat nog in de Schneider Raum Zwei in Stuttgart……  Eenmaal geland op Schiphol snel gebeld naar Stuttgart en gelukkig stond die koffer daar nog. Ik snel weer terug naar Stuttgart en weer naar Amsterdam. Eind goed al goed.”

Wat is je beste advies voor de planning professionals in Nederland.
"Ik vind dat je mensen moet benutten op hun talenten. Vaak merk ik dat binnen organisaties mensen niet op hun werkelijke kracht worden ingezet. Iedereen wordt dan gelijkgeschaard. Daarmee verlies je zoveel energie, zonde! Want we zijn nu eenmaal niet allemaal hetzelfde. Zet medewerkers in waar ze energie van krijgen. Zoals je hebt kunnen lezen, is Sierd op zoek naar een planner die hem ondersteund in z’n drukke bestaan.

Ben jij de planningsprofessional met een passie voor voetbal en televisie? Kijk dan op WiekZ.nl en schrijf je in. Daar vind je ook tal van andere WFM-gerelateerde vacatures. Onder de inschrijvingen verloten we een tweetal gesigneerde voetballen van Sierd de Vos.”
Mark Elschot | PlanMen